Project
Traanvogels
‘Ik hoor je, ik zie je pijn, ik draag het met je’
Wat begon met het vouwen van kraanvogels voor familie en vrienden, als dankbetuiging voor steun en een luisterend oor, leidde tot project Traanvogels.
Yaba’s Village’s Traanvogels staan symbool voor de behoefte om samen stil te staan bij koloniale pijn en wonden. Om samen de ingewikkelde emoties die dat oproept te doorleven, en om in nabijheid van elkaar te rouwen. Niet alleen om de koloniale terreur uit het verleden, maar ook om hoe dat verleden vandaag nog steeds consequenties heeft en mensen schaadt. Iedere dag opnieuw.
Traanvogels vragen aandacht voor de gelaagdheid van deze koloniale nasleep. Natuurlijk is het van groot belang dat er meer historisch en etnografisch onderzoek komt. Zodat er erkenning kan komen voor de perspectieven die tot nu toe niet, of zelden, een plek kregen in het dominante verhaal. Maar voor het maatschappelijk kunnen doorvoelen en verwerken van koloniaal lijden is meer nodig. Dat vraagt bijvoorbeeld ook om een therapeutische visie, die zich buigt over de vraag hoe mensen dichter bij elkaar kunnen komen en hoe moeizame onderlinge relaties kunnen worden verzacht. Pas dan kan er een werkelijk dialogisch proces op gang komen. Het vraagt ook om aandacht voor het lichaam. Want ons lijf kent en weet op manieren die voorbij ratio gaan, en is daarmee een waardevolle hulpbron. Bovendien verbindt ons lichaam ons met onze voorouders. De sporen van geweld en onderdrukking trekken door de generaties. Alles is met alles verbonden.
Traanvogels dragen dit allemaal in zich. Ze begrijpen dat de complexiteit ervan de grenzen van taal overstijgt. Daarom brengen ze hun boodschap door stil aanwezig te zijn. Soms fluisteren ze heel zachtjes een eigen mantra: ‘ik hoor je, ik zie je pijn, ik draag het met je’.
Ik zoek lengtes
om te wegen
hoe de sleep
van anderskleur
over ons verdeelt
Want plots
Sta jij niet waar ik
met spiegels probeer
iets te reflecteren
en daarin blind
rücksichtlos
met taal jou klein
Nu zie jij wit
en ik hoor man
Koloniaal dwars
door patriarchaat
Achterlangs
de schrammen
van ik in eenzaam
van jij jou kwijt
Hier stopt jouw wil
jouw tong
het achterste ingeslikt
dan stil
Zodat ik ook eens
monddood ontkent
vertrapt ontmenst
Jouw voorouders
generaties
hele volken
terwijl ik
slechts een tel
Toch een kier
waardoor jouw vinger
die ik zacht
Ik weet dat ik
als jij
niet zoals jij
maar ook
door die geschiedenis
bekrast
